|
In de
kweekperiode geef ik de vogels wat meer koolhydraten dit om te verkomen
dat de vogels te vet worden in de broedkooi want vette vogels willen
niet kweken. Met name bij de langbevederde roseicollie is dit een punt
om goed in de gaten te houden. Een roseicollie is soms net een goudvis
die ook maar alles eet wat hij of zij krijgt. Om te verkomen dat de
vogel gaat vervetten is het belangrijk gerantsoeneerd te voeren als er
gekweekt moet worden met de vogel. De mannen en poppen apart van elkaar
in de vluchten en gerantsoeneerd voeren zorgt ervoor dat de vogels iets
wat mager maar en redelijk in conditie aan elkaar kunnen wennen. In de
broedkooien kunnen de man en de pop aan elkaar wennen en kan het
eiwitgehalte worden opgevoerd. Belangrijk is niet te vet voeren want
anders is alle moeite voor niets geweest. Zaden als boekweit, witzaad
en haver zijn een goede aanvulling voor een kweekvogel. Bij haver dient
wel de opmerking worden gemaakt dat het ook te veel paardrift kan
worden opgewekt. De vogels dienen in de kweek voldoende eiwitten te
krijgen om een goed nest jongen te krijgen. Eiwitten zijn heel
belangrijk voor de eerste dagen als de jongen geboren zijn. Hoe beter
de pop eiwitten aanmaakt des te beter is het voedsel in de eerste
dagen. Boekweit is daarom ook een goed zaad om extra te geven aan
vogels die in de broedkooien zitten. Dit is een vetarm zaad en heeft
een eiwitpercentage van 12 %.
In de aanloop
na de kweek zetten wij mannen en poppen apart. Een aantal weken voordat
de mannen en de poppen gekoppeld krijgen de vogels al extra eivoer om
alvast in kweekconditie te komen. Dit heeft tot gevolg dat de vogels in
betere kweekconditie zijn zodat er eerder resultaat kan worden gehaald.
|